De paardenwereld onderscheidt zich van vrijwel elke andere sector. Deals worden gesloten bij de staldeuren, onder het genot van koffie na een wedstrijd, of via een kort telefoongesprek tussen mensen die elkaar al jaren kennen. Paarden wisselen van eigenaar op basis van een handdruk, trainingsafspraken berusten op wederzijds begrip, en pensionkosten worden vastgesteld in een enkel gesprek. Dit is de cultuur van de paardenwereld: persoonlijk, op vertrouwen gebaseerd en vaak bewust informeel.
Maar achter elke handdruk schuilt een juridische relatie. Of partijen zich dit nu realiseren of niet: een verkoop van een paard, een pensionregeling, een trainingsovereenkomst: elk van deze situaties brengt rechten en verplichtingen met zich mee die de wet erkent en handhaaft. Het probleem is niet dat mondelinge afspraken niet bindend zijn. Het probleem is bewijzen wat er is overeengekomen wanneer er iets misgaat.
Dit artikel gaat precies daarover: wat het Nederlandse contractenrecht zegt over mondelinge overeenkomsten, welke bewijsrechtelijke uitdagingen mondelinge afspraken opleveren bij geschillen, en de extra complicaties die ontstaan bij internationale transacties.
Nederlands Contractenrecht: De Basis
Wanneer komt een overeenkomst tot stand?
Naar Nederlands recht komt een overeenkomst tot stand door aanbod en aanvaarding. Artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Er is geen schriftelijk document vereist: artikel 3:37 BW bepaalt dat wilsverklaringen, ook mondelinge, rechtsgevolg hebben. Op grond van de leer van wil en verklaring (artikelen 3:33–3:35 BW) gaat het niet alleen om wat een partij heeft bedoeld, maar ook om wat de wederpartij redelijkerwijs mocht begrijpen. Een mondeling ‘ja, akkoord’ bij de staldeuren kan afdwingbare juridische verplichtingen in het leven roepen.
Vormvrijheid bij contracten
Het Nederlandse contractenrecht is gebaseerd op vormvrijheid (artikel 3:37 BW). Partijen zijn in beginsel vrij om een overeenkomst in elke gewenste vorm aan te gaan, ook mondeling. Er geldt geen algemeen wettelijk vereiste om een contract schriftelijk vast te leggen. Er bestaan specifieke uitzonderingen, met name de verkoop van onroerend goed op grond van artikel 7:2 BW, maar paardenverkopen vallen daar niet onder. Er is geen wettelijke verplichting om een koopovereenkomst voor een paard schriftelijk vast te leggen om deze afdwingbaar te maken.
Pacta sunt servanda
Zodra een geldige overeenkomst bestaat, houdt het Nederlandse recht partijen daaraan gebonden. Het beginsel van pacta sunt servanda — afspraken moeten worden nagekomen — is algemeen aanvaard. Een partij die tekortschiet in de nakoming, is in gebreke en aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade (artikel 6:74 BW). Dit betekent dat een mondelinge overeenkomst over de verkoop van een paard, pensionregeling of trainingsafspraak volledig bindend is en dat niet-nakoming aanleiding kan geven tot een schadevergoedingsvordering.
Conformiteit en Garanties bij Paardenverkopen
Bij de verkoop van een paard heeft de koper recht op een dier dat conform het overeengekomen is. Artikel 7:17 BW stelt het conformiteitsvereiste: het verkochte moet de eigenschappen bezitten die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Artikel 7:18a BW schept een vermoeden (relevant bij consumentenkoop) dat wanneer een gebrek zich binnen 12 maanden na aflevering openbaart, dit gebrek wordt vermoed reeds bij de aflevering aanwezig te zijn geweest.
In de praktijk draaien geschillen in de paardenwereld vaak om verborgen gebreken of aandoeningen die naar verluidt al aanwezig waren op het moment van de verkoop maar pas later aan het licht kwamen, om mondelinge afspraken tussen partijen die niet worden nagekomen, en om conflicten tussen partijen die bij het sluiten van de overeenkomst vertrouwden op hun onderlinge relatie. Zonder een schriftelijke overeenkomst die de condities, garanties, aansprakelijkheid en verwachtingen vastlegt, stuit de oplossing van deze geschillen op één fundamenteel probleem: bewijs.
Bewijs en Afdwingbaarheid van Mondelinge Overeenkomsten
Wie draagt de bewijslast?
De fundamentele moeilijkheid bij mondelinge contracten is niet de juridische geldigheid ervan: het is het bewijs. Op grond van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rust de bewijslast op de partij die een feit stelt. Als een partij beweert dat een mondelinge afspraak is gemaakt over een bepaalde prijs, commissie of aansprakelijkheidsregeling, moet deze partij dit kunnen bewijzen. Wanneer partijen uiteenlopende herinneringen hebben, moet de rechter de beschikbare bewijsmiddelen beoordelen — doorgaans beperkt tot WhatsApp-berichten, e-mailwisselingen, facturen en getuigenverklaringen. Dit zijn allemaal indirecte bewijsmiddelen: ze kunnen onvolledig zijn, uit hun context gerukt worden of worden weersproken.
De Bewijshiërachie
Op grond van artikel 157 lid 2 Rv levert een ondertekende onderhandse akte dwingend bewijs op tegen de ondertekenaars voor de inhoud van hun verklaringen. Een mondelinge overeenkomst die uitsluitend door getuigenverklaringen wordt ondersteund, geniet een dergelijke bewijskracht niet. Dit betekent niet dat mondelinge bewijsmiddelen ontoelaatbaar zijn — maar ze zijn zwakker, moeilijker hard te maken en onvermijdelijk betwistbaar. Een schriftelijk en ondertekend contract is niet slechts nuttig als vastlegging; het heeft een specifieke bewijsrechtelijke status in het Nederlandse procesrecht.
Mondelinge Afspraken bij Internationale Transacties
De paardenwereld is van nature internationaal. Topsportpaarden worden dagelijks over de grenzen heen gekocht en verkocht. Een Nederlandse verkoper, een Duitse koper, een paard gefokt in Ierland, gestald in Nederland en uitgebracht in de Verenigde Staten — dat is heel gewoon. Rijder-, sponsoring- en dienstverleningsovereenkomsten beslaan regelmatig meerdere rechtsstelsels.
Wanneer bij een grensoverschrijdende relatie een geschil ontstaat en partijen geen schriftelijke overeenkomst hebben, worden zij geconfronteerd met niet alleen de hierboven beschreven bewijsproblemen — maar ook met een veel fundamentelere vraag: welk land heeft rechtsmacht, en welk recht is van toepassing?
Bij afwezigheid van een schriftelijke overeenkomst die deze vragen beantwoordt, wordt het antwoord bepaald door Europese en internationale regels van internationaal privaatrecht. Het resultaat is doorgaans onzeker, moeilijker vast te stellen en afhankelijk van een technische juridische analyse — die met een goed opgestelde clausule volledig had kunnen worden voorkomen.
Toepasselijk Recht bij Internationale Contracten
Het toepasselijke recht op commerciële contracten met een internationaal element binnen de Europese Unie wordt bepaald door de Rome I-verordening (Verordening (EG) nr. 593/2008). De hoofdregel (artikel 3 Rome I) is dat partijen vrij zijn het toepasselijke recht te kiezen, uitdrukkelijk of stilzwijgend. Bij afwezigheid van een rechtskeuze wijst Rome I bij koopovereenkomsten de gewone verblijfplaats van de verkoper aan (artikel 4 lid 1 sub a) en bij dienstverleningsovereenkomsten het land van de dienstverlener — regels die onverwachte uitkomsten kunnen opleveren. Het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten (CISG) kan eveneens van toepassing zijn wanneer beide partijen zijn gevestigd in verdragsstaten. Omdat het remediestelsel van het CISG materieel verschilt van veel nationale rechtsstelsels, sluiten veel partijen de toepasselijkheid ervan uitdrukkelijk uit. Zonder een rechtskeuzeclausule riskeren partijen dat zij aanzienlijke tijd en middelen moeten besteden aan de vraag welk recht van toepassing is, voordat het inhoudelijke geschil überhaupt kan worden aangepakt.
Rechtsmacht
Nauw verbonden met de rechtskeuze is de forumkeuze — welk gerecht bevoegd is om een geschil te beslechten. Binnen de Europese Unie wordt de rechterlijke bevoegdheid in de eerste plaats bepaald door de Brussel I bis-verordening (Verordening (EU) nr. 1215/2012). De hoofdregel is dat een gedaagde moet worden gedagvaard voor de rechter van zijn woonplaats (artikel 4 Brussel I bis). Bij contractuele geschillen bestaat ook bevoegdheid voor de rechter van de plaats van uitvoering (artikel 7 lid 1). Partijen kunnen van deze standaardregels afwijken door een forumkeuzebeding overeen te komen; op grond van artikel 25 Brussel I bis zijn dergelijke bedingen geldig indien zij schriftelijk zijn overeengekomen of in een vorm die in overeenstemming is met de gevestigde praktijken tussen partijen.
De Clausule die de Meeste Mondelinge Afspraken Missen: Force Majeure (‘Overmacht’)
Overmachtsclausules zijn een type bepaling dat men bij voorkeur in een contract opneemt, maar dat bij een mondelinge afspraak vrijwel nooit ter sprake komt. Force Majeure (‘overmacht’) is een leerstuk dat een partij bevrijdt van contractuele nakoming wanneer een buitengewone en buiten haar macht liggende gebeurtenis nakoming onmogelijk maakt. Het belang van deze bepaling werd pijnlijk duidelijk begin 2026, toen gewapende conflicten in de Golfregio leidden tot de annulering van de CSI5* in Doha en de CSI2* in Al Ain, waarbij organisatoren, ruiters en sponsors plotseling volledig in hun verplichtingen werden belemmerd. Het leerstuk had de paardenwereld eerder al opgeschud in 2020, toen de FEI World Cup Finals in Las Vegas op grond van overmacht werden geannuleerd wegens de COVID-19-pandemie.
De reikwijdte van overmacht verschilt sterk per rechtsstelsel. In civielrechtelijke stelsels is overmacht doorgaans in de wet verankerd; in common law-stelsels moeten partijen zichzelf beschermen door middel van zorgvuldige contractsbepalingen. Als een overmachtsclausule niet uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen, zijn partijen ofwel overgeleverd aan de interpretatie van de rechter, ofwel — in een common law-stelsel — volledig onbeschermd. Hoe dan ook dient een goed opgestelde overmachtsclausule te omschrijven welke gebeurtenissen als overmacht kwalificeren, duidelijke kennisgevingsvereisten vast te leggen en de gevolgen te specificeren — of het nu gaat om opschorting van verplichtingen, ontbinding of kostenverdeling tussen partijen. Het ontbreken van een dergelijke clausule kan beide partijen blootstellen aan vorderingen wegens wanprestatie als gevolg van gebeurtenissen die volledig buiten hun macht liggen.
Voor een uitgebreide analyse van overmacht in de internationale paardensport — inclusief het FEI-regelgevingskader, CAS-jurisprudentie en de concrete lessen uit het Golf-conflict van 2026 — verwijzen wij naar ons afzonderlijke artikel: Gewapend conflict en overmacht: toepassing binnen het FEI-regelgevingskader.
Vier Onderdelen die elk Contract in de Paardenwereld moet bevatten
Een goed opgesteld contract legt niet slechts vast wat er is besproken: het anticipeert op wat er mis kan gaan en verdeelt de gevolgen daarvan bij voorbaat.
Duidelijke verplichtingen, zekerheid en afdwingbaarheid. Een schriftelijk contract elimineert onduidelijkheid en biedt tastbaar bewijs van wat er is overeengekomen. Rechters kunnen duidelijk gedocumenteerde voorwaarden gemakkelijker handhaven dan tegenstrijdige mondelinge verklaringen.
Risicoallocatie. Een schriftelijk contract kan risico’s duidelijk verdelen (bijv. aansprakelijkheid, vrijwaring), waardoor geschillen worden voorkomen of gemakkelijker worden opgelost.
Meer gedetailleerde informatie. Schriftelijke contracten kunnen specifieke details bevatten zoals betalingsvoorwaarden, termijnen, boeteclausules, vertrouwelijkheidsbepalingen, garanties, enzovoort. Deze details zijn moeilijk volledig te vatten en te onthouden in een mondelinge afspraak.
Een geschilbeslechtingsmechanisme. Een forumkeuzeclausule, een rechtskeuzeclausule, een arbitrageclausule of een mediationverplichting zorgt ervoor dat partijen, als het misgaat, weten waar en hoe zij het geschil kunnen oplossen — in plaats van veel tijd en middelen te besteden aan het vaststellen van basis procedurele vragen voordat het inhoudelijke geschil überhaupt kan worden aangepakt.
Conclusie
Hoewel handdrukken en mondelinge afspraken in de paardenwereld nog altijd zeer gebruikelijk zijn, zijn ze niet zonder risico’s. Naar Nederlands recht zijn mondelinge overeenkomsten bindend. Het probleem is niet hun juridische geldigheid; het is bewijzen wat er werkelijk is afgesproken wanneer herinneringen uiteenlopen, relaties bekoelen of een paard met een aandoening arriveert die niemand op papier heeft gezet. Voeg daar een internationaal element aan toe — een buitenlandse koper, een paard gestald in een andere jurisdictie, een sponsor gevestigd in een ander land dan het evenement — en elk risico neemt toe. De vraag wordt dan niet alleen wat er is afgesproken, maar voor welke rechter en onder welk recht.
Buitengewone verstoringen vergroten die risico’s verder. Een wereldwijde pandemie, gewapend conflict in de Golfregio, een wedstrijd die van de ene op de andere dag wordt geannuleerd — overmacht is in de internationale paardensport geen theoretisch gegeven. Het is een terugkerende werkelijkheid, en één waarvoor een mondelinge afspraak volledig onvoorbereid is.
Een goed opgesteld contract verandert de cultuur van de paardenwereld niet. Het beschermt die cultuur — door beide partijen van meet af aan duidelijkheid te bieden, een gezamenlijk kader voor het geval het misgaat, en de zekerheid dat een geschil, als het zich voordoet, efficiënt kan worden opgelost in plaats van kostbaar.
Juridische Bijstand bij Contractgeschillen
Schelstraete Equine Law heeft meer dan 40 jaar ervaring in het paardenrecht en de contractpraktijk. Wij adviseren cliënten over het volledige spectrum van paardenovereenkomsten en treden op bij grensoverschrijdende transacties die meerdere rechtsstelsels beslaan.
Heeft u vragen over het aangaan van een overeenkomst — nationaal of internationaal — of heeft u een geschil over een bestaande overeenkomst — mondeling of schriftelijk — dan helpen wij u graag verder.
Voor juridisch advies specifiek voor uw situatie kunt u contact opnemen via info@schelstraete.com.
Disclaimer
Dit artikel dient als inleiding op het behandelde onderwerp en is uitsluitend bedoeld voor algemene informatiedoeleinden. Het vormt geen juridisch advies en schept geen advocaat-cliëntrelatie tussen de lezer en ons kantoor. Aan de inhoud van dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend. Hoewel alles in het werk is gesteld om de nauwkeurigheid te waarborgen, wordt geen garantie gegeven voor de volledigheid of actualiteit van de verstrekte informatie. Lezers dienen niet te handelen of na te laten te handelen op basis van dit artikel zonder eerst specifiek juridisch advies in te winnen dat is toegespitst op hun situatie.